Zoeken
  • Roxane

De vlinderstruik: een lust voor het oog en voor de vlindertong

Bijgewerkt op: aug 22

De vlinderstruik (Buddleja davidii) dankt zijn naam aan het bezoek van talloze vlinders die op de nectar afkomen. Alleen daarom al mag deze populaire heester niet in de tuin ontbreken! Naast dat vlinders leuke insecten zijn om in je tuin te spotten, hebben ze deze vlinderstruiken ook hard nodig om te overleven.



Schuilen voor de regen


Vlinders hebben het moeilijk met de extreme weersomstandigheden die steeds vaker ook dicht bij huis te vinden zijn. Met de hevige regenbuien die we door heel Nederland gekend hebben, hebben vlinders beschutting hard nodig. Nectarvolle planten met een dicht bladerdek bieden een hoognodige schuilplaats voor ze. Ook op koude, bewolkte dagen houden vlinders zich graag schuil. Ze kunnen namelijk pas vliegen als hun lichaamstemperatuur tenminste 20°C is (al is 30°C nog beter). De beschutting van de Buddleja is een goede opwarmplaats: onder de bladeren kan het lekker warm worden.


Als de zon weer gaat schijnen, komen de vlinders tevoorschijn. Ze gaan dan met hun vleugels wijd uitgespreid op een plekje uit de wind zitten om zoveel mogelijk zonnewarmte op te vangen, om daarna het luchtruim te kiezen [1]. De vlinderstruik hangt rond deze tijd van het jaar vol met nectarhoudende bloemtrossen. Een lust voor de vlindertong en een prachtig plaatje voor ons. De bloemen zijn namelijk niet alleen nectarhoudend, maar ook erg sierlijk en hebben prachtige felle kleuren.


Buddleja davidii is de bekendste vlinderstruik, en wordt ook wel herfstsering genoemd. Je herkent hem aan de prachtige paarse en sterk geurende bloemtrossen die wel 25 cm lang kunnen worden. Omdat de bloembuis lang en smal is, kunnen alleen insecten met een lange tong bij de waardevolle nectar. Daarom zie je dus vooral vlinders op de struik [2], maar andere bestuivers zijn ook zeker niet vies van deze plant en strekken hun tongen maximaal uit.



Een echte strijder


Oorspronkelijk komt de vlinderstruik uit China, maar hij is in Europa op veel plaatsen te vinden. Het is een plant die zich snel vermeerdert en het liefst op braakliggende terreinen groeit, zoals langs het spoor en zelfs op muren. De vlinderstruik stond vroeger bekend als de “bombsite bush”, doordat deze in korte tijd floreerde op het puin van bombardementen na de Tweede Wereldoorlog. Helaas is het wel lastig om deze plant te verwijderen van ongewenste locaties, doordat er ook uit overgebleven wortelresten een nieuwe plant kan groeien.


Door de snelle verspreiding en de lastig verwijderbare natuur van de plant, staat deze symbool voor kracht, herstel, een nieuw begin en standvastigheid. Aan de andere kant kan ze ook als invasieve soort worden gezien. Wij zien haar liever als een ambitieuze groeier. Gelukkig zijn er tegenwoordig veel variaties op deze prachtige plant, die minder woekeren. Ook kun je vermeerdering zelf gemakkelijk tegengaan door de bloemtrossen te snoeien zodra ze uitgebloeid zijn [3]. Groot voordeel hiervan is ook dat de plant je na het snoeien beloont met een extra lange bloeiperiode!


Ook in de winter is deze plant een mooie aanvulling, aangezien het grijsgroene blad alleen afvalt als het vriest. Weet wel dat de plant geen waardplant is voor de eitjes en rupsen van de vlinders, die ze in de zomer zo rijkelijk aantrekt en hoognodige nectar biedt. Het is dus belangrijk om haar te omringen met planten die dat wel zijn. In dit overzicht van de Vlinderstichting kun je zien van welke planten de rupsen van de meest voorkomende tuinvlinders in Nederland eten. Wie gun jij een sterke nieuwe start vol vlinders?